Als student trok ik wekenlang met de rugzak door Ierland: het land dat voor mij de definitie van vrijheid was. Je kent dat wel, slapen in een tentje op de wei van een schapenboer, op een campingaz vuurtje spaghetti met poedersausjes maken en dagenlang in dezelfde t-shirt lopen, leven en slapen. Heerlijk vond ik dat. Vind ik dat, stiekem.

Op zo’n trektocht, waarbij ik doorgaans gewoon mijn neus achterna liep, kwam ik terecht aan de noordkust van Galway Bay. Ik stond met mijn voeten in de golven en kon in de verte de Aran eilanden zien liggen.
Ik had al geruchten gehoord. Dat de tijd er was blijven stil staan, dat er geen auto’s waren en dat de taxi een kar getrokken door een ezel was.

Daar wilde ik dus heen.

Ik zocht uit hoe er te geraken en begreep al snel dat ik nooit alle drie de eilanden op een dag kon bezoeken. Dus nam ik een ferry naar het grootste eiland, Inis Mór, en liet het allemaal maar op mij afkomen.
Wel. Dat sloeg eigenlijk een beetje tegen. Ik stapte van boord in een haven waar roestige schepen op hun kant in de modder lagen. Ja, er stond een kar getrokken door een dik paard klaar, maar tussen de havenhuisjes stond een spiksplinternieuwe spar supermarkt te blinken. Niks tijd dat is blijven stilstaan.

Terwijl om mij heen de toeristen het dorp instroomden, nam ik een smal pad tussen de huizen en probeerde de hele hetze achter me te laten. Dat bleek gelukkig niet moeilijk te zijn. Voor ik het wist, stond ik tussen ommuurde weitjes met stenen en mos onder mijn voeten. Dat was beter.

Ik klom naar het hoogste punt van het eiland, waar een betonnen vuurtoren stond. Van daar liep ik zuidwaarts. De ondergrond werd steeds ruwer. Lange stenen, met spleten zo breed als een voet ertussen, waren verraderlijk begroeit met grassen, zodat ik bleef struikelen. Ik hield mijn ogen op de grond gericht en ploegde door. In de verte liep het eiland door tot de horizon.

Of toch niet. Wat ik dacht dat de horizon was, was eigenlijk een klif. Daar stond ik, op de rand van een klif zonder hekken of draad, met zo’n 50 meter onder mij de razende zee. Ik zakte neer op mijn achterste en bleef een hele poos zitten gapen naar die natuurpracht.

Uiteindelijk moest ik terug, om de ferry naar het vasteland te halen. Jammer. Ik had er best nog een hele tijd kunnen zitten.

Wil je meer weten van Lot en haar geweldige avonturen? Check dan www.reisgoesting.be