Ons Vipassana avontuur!

In Myanmar gaat iedereen minstens één keer in zijn leven naar een Vipassana cursus. Ze leren hier de “art of living” onder streng bewind van een trainingscentrum waar ze 10 dagen verblijven. Het is in principe een meditatiecursus met hele strenge regels waaronder stil zijn voor 10 dagen. En natuurlijk kwam Casper met het geweldige idee om Vipassana aan de lijven te ondervinden.

Terwijl we door de poorten van het trainingscentrum lopen praten we onszelf nog een laatste keer moed in dat 10 dagen stil zijn wel mee valt. Eenmaal binnen en “goedgekeurd” door de manager van het centrum moeten we alles wat afleidt en van waarde is achterlaten in een kluisje. In de tuin die de verschillende faciliteiten met elkaar verbindt scheiden onze wegen voor de komende 10 dagen. Mannen en vrouwen worden van elkaar gescheiden en contact tijdens de cursus is dan ook ten strengste verboden. Maar is dit niet de enige regel binnen dit strikte regime:

  • Geen communicatie op welke manier dan ook (praten, handgebaren, briefjes ect.) met uitzondering van met het personeel en de leraar.
  • Boeken, schrijfmateriaal en elke andere vorm van tijdverdrijf moeten worden achterlaten in het kluisje waar men niet bij mag tijdens de gehele periode.
  • Elke vorm van elektronica is strikt verboden.
  • Om 11:00 am wordt de laatste maaltijd genuttigd.
  • Nuttigen van voedsel dat niet verstrekt is door het centrum tijdens de cursus.
  • Opzettelijk een levend organisme schade (inclusief muggen!)
  • Geen lichaamsbeweging anders dan stapvoets lopen.
  • Geen activiteiten of gedachte van seksuele aard.
  • Tijdens meditatie uren mag niks anders gedaan worden dan mediteren.

Op de dag van aankomst krijgen we nog een laatste avondmaal waarna de stilte begint.

Zoals elke ochtend worden we om 4:00 gewekt door iemand van het personeel met een luide bel. Op dag één was deze nog heel subtiel, nu lijkt deze elke dag agressiever te worden. Even lijkt het alsof de “klokkenluider” voor ons raam blijft staan.  Aangezien ik niet echt een ochtendmens ben, spring ik van mijn houten plankbed af om te gillen naar haar (het is echt héél luid en schel voor 4:00) dan bedenk ik me dat ik geen geluid mag maken. Gelukkig loopt ze snel door. Ik moet toegeven de momenten waarop ik het praten mis zijn vrij schaars. Wellicht dat de gesprekken in mijn hoofd de stilte genoeg opvullen. Desalniettemin wordt de noodzaak van praten pijnlijk (letterlijk) duidelijk wanneer er bijvoorbeeld een salamander in het bed van je kamergenoot kruipt en zij het niet ziet, wanneer je teen heel hard stoot of wanneer het pijpenstelen regent en iemand je paraplu meeneemt (weer om 4:00 s’ochtends) of gewoon wanneer iemand iets heel liefs doet en je geen “dankje” kan zeggen. Ik gok dat bedenker van “spreken is zilver maar zwijgen is goud” daar nooit over nagedacht heeft.

Check deel 2 hier.